Brandclassificatie van puien langs vluchtroutes (EW vs EI)
Wanneer is EW toegestaan en wanneer is EI verplicht?
Samenvatting
In de praktijk bestaat veel verwarring over de juiste brandclassificatie van brandwerende puien langs vluchtroutes. Met name wordt vaak aangenomen dat een extra beveiligde vluchtroute mag worden uitgevoerd met EW30 of EW60 op basis van NEN 6069.
Die aanname is onjuist.
In dit kennisbankartikel leggen we helder uit:
- welke regelgeving leidend is;
- wat het verschil is tussen EW en EI;
- waarom een extra beveiligde vluchtroute altijd een EI-classificatie vereist;
- en hoe je dit correct toepast in ontwerp, bestek en calculatie.
1. Wat is juridisch leidend in Nederland?
Voor brandveiligheid van gebouwen is het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) juridisch leidend. Het BBL stelt prestatie-eisen aan:
- vluchtroutes;
- scheidingsconstructies;
- en de mate waarin brand, rook en warmte mogen doordringen.
Normen zoals NEN 6069 en EN 13501-2 ondersteunen dit kader, maar zijn niet zelfstandig bepalend.
Kort gezegd:
- Het BBL bepaalt wat vereist is.
- EN 13501-2 bepaalt hoe brandwerendheid wordt geclassificeerd (EW / EI).
- NEN 6069 beschrijft het functionele doel (beperken van brand- en rookuitbreiding).
2. Trappenhuis ≠ extra beveiligde vluchtroute
Een veelvoorkomende misvatting is dat een trappenhuis automatisch een extra beveiligde vluchtroute is. Dat is niet correct.
- Trappenhuis is een bouwkundig begrip.
- Extra beveiligde vluchtroute is een functionele kwalificatie binnen het BBL.
Een trappenhuis is alleen een extra beveiligde vluchtroute als dit:
- expliciet zo is ontworpen;
- volledig is afgescheiden van andere ruimten;
- aantoonbaar rook- en brandvrij kan blijven tijdens ontvluchting.
Zonder deze onderbouwing geldt het trappenhuis als een gewone of beschermde vluchtroute.
3. Wat is een extra beveiligde vluchtroute?
Een extra beveiligde vluchtroute is bedoeld om langdurig veilig bruikbaar te blijven, ook bij brand in aangrenzende ruimten.
Dat betekent:
- geen rooktoetreding;
- geen vlamdoorgang;
- geen warmtetoetreding richting de vluchtroute.
Juist dit laatste punt is doorslaggevend voor de vereiste brandclassificatie.
4. EW versus EI: het essentiële verschil
EW-classificatie
- E: vlamdichtheid
- W: beperking van warmtestraling
Bij EW mag warmte uitstralen richting de andere zijde, zolang deze onder een vastgestelde grens blijft.
EI-classificatie
- E: vlamdichtheid
- I: thermische isolatie
Bij EI is warmtetoetreding niet toegestaan.
5. Waarom EW niet voldoet bij een extra beveiligde vluchtroute
Omdat een extra beveiligde vluchtroute langdurig veilig moet blijven, is warmtestraling ontoelaatbaar. Personen moeten de route kunnen blijven gebruiken zonder blootstelling aan gevaarlijke hitte.
Daarom vereist het BBL hier:
- thermische isolatie;
- en dus een EI-classificatie.
Een EW-classificatie — ook EW60 — voldoet hier per definitie niet.
Deze conclusie volgt rechtstreeks uit de systematiek van het BBL en is niet in strijd met NEN 6069.
6. De rol van NEN 6069 (en de veelgemaakte fout)
NEN 6069 beschrijft hoe brand- en rookuitbreiding beoordeeld kan worden, met als doel veilige ontvluchting mogelijk te maken.
De norm:
- werkt met functionele doelstellingen;
- maakt geen onderscheid tussen warmtestraling (W) en thermische isolatie (I);
- geeft geen EW- of EI-classificaties.
De fout ontstaat wanneer NEN 6069 wordt gebruikt alsof het een alternatief eisenstelsel is. Dat is het niet.
Het BBL vertaalt de doelstellingen van NEN 6069 naar concrete prestatie-eisen, en daarbij geldt voor extra beveiligde vluchtroutes ondubbelzinnig: EI vereist.
7. Niet-extra beveiligde vluchtroutes
Bij gewone of beschermde vluchtroutes is beperkte warmtestraling toegestaan. De vluchtroute hoeft slechts gedurende een beperkte tijd veilig bruikbaar te blijven.
In deze situaties is toegestaan:
- EW30 (meest voorkomend);
- EW60 bij hogere gebouwen of zwaardere gebruiksfuncties.
Een EI-classificatie is hier niet verplicht, maar mag wel worden toegepast.
8. Praktische beslisregel
Stap 1: Is de vluchtroute expliciet als extra beveiligd ontworpen en onderbouwd?
- Ja → EI (meestal EI60)
- Nee → EW30 of EW60, afhankelijk van het project
Belangrijk: redeneer nooit vanuit de naam van de ruimte, maar altijd vanuit de vluchtroutestatus volgens het BBL.
9. Waarom thermische isolatie verplicht is bij extra beveiligde vluchtroutes
- Een extra beveiligde vluchtroute vereist thermische isolatie.
- Daarom is EI verplicht en is EW onvoldoende.
- NEN 6069 wijzigt dit niet, maar ligt aan de basis van dezelfde veiligheidsdoelstelling.
- Het BBL is altijd leidend bij het bepalen van de brandclassificatie.
Dit kennisbankartikel is bedoeld als richtlijn voor ontwerpers, calculators en projectteams om eenduidig en correct om te gaan met brandwerende puien langs vluchtroutes.
Wil je meer weten over de mogelijkheden? Neem gerust contact met ons op.